ECLI:NL:RVS:2024:947
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- J.M.L. Niederer
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak en handhaving schutting zonder vergunning in Amersfoort
Het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort legde een last onder dwangsom op aan appellant om een schutting die hoger is dan toegestaan door het bestemmingsplan te verwijderen of te verlagen. Appellant stelde beroep in tegen dit handhavingsbesluit. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de last onder dwangsom gegrond en vernietigde het besluit, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep van appellant ongegrond.
De Afdeling oordeelt dat het college bevoegd was tot handhavend optreden omdat de schutting zonder omgevingsvergunning is gebouwd en in strijd is met het bestemmingsplan. Er is geen concreet zicht op legalisatie omdat het college niet bereid is een vergunning te verlenen voor de afwijking. De rechtbank had ten onrechte het gebruiksovergangsrecht betrokken bij de vergunningverlening en het vertrouwensbeginsel toegepast op een brief die niet ondubbelzinnig toezegde dat geen handhaving zou volgen.
Verder oordeelt de Afdeling dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die handhaving onevenredig maken. De schutting leidt tot een overtreding die handhaving rechtvaardigt, ondanks het belang van appellant bij privacy en veiligheid. Ook het beroep op rechtszekerheid faalt omdat appellant pas in 2018 eigenaar werd en daarmee bekend moest zijn met het verbod op het in stand laten van zonder vergunning gebouwde bouwwerken.
De last onder dwangsom blijft in stand, maar wordt met terugwerkende kracht geschorst tot zes weken na verzending van deze uitspraak, zodat appellant binnen die termijn alsnog aan de last kan voldoen om verbeuring van de dwangsom te voorkomen. Het incidenteel hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het handhavingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom blijft in stand met een voorlopige schorsing.