ECLI:NL:RVS:2021:130
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom voor illegale schuur in voorerfgebied te Bilthoven
Het college van burgemeester en wethouders van De Bilt legde appellante een last onder dwangsom op wegens het bouwen en gebruiken van een schuur van circa 20 m² in het voorerfgebied zonder omgevingsvergunning en in strijd met het bestemmingsplan Bilhoven-Noord 2013.
Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit handhavingsbesluit, stellende onder meer dat zij op basis van toezeggingen van ambtenaren mocht vertrouwen op niet-handhaving, dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden en dat handhaving onevenredig was gezien het tijdsverloop en het ontbreken van hinder.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verlengde de begunstigingstermijn. De Raad van State bevestigt dit oordeel en overweegt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt wegens gebrek aan bewijs van toezeggingen door het college, dat het gelijkheidsbeginsel niet wordt geschonden omdat handhaving volgt op een schriftelijk verzoek, en dat het tijdsverloop en het ontbreken van hinder geen bijzondere omstandigheden vormen om af te zien van handhaving.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, maar schorst de dwangsomtermijn tot zes weken na verzending van deze uitspraak, zodat appellante alsnog tijd krijgt om aan de last te voldoen.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en handhavingsbesluit bevestigd met schorsing dwangsomtermijn tot zes weken na uitspraak.