Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiseres 2] B.V.(de B.V.), beide uit [vestigingsplaats] ,
[eiser 1] en [eiser 2] , beide uit [woonplaats] ,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- het bezwaar van de B.V. tegen het primaire besluit II ongegrond verklaard;
- het bezwaar van [eiser c.a.] wat betreft het aspect geur ongegrond verklaard;
- het bezwaar van [eiser c.a.] wat betreft het aspect geluid gegrond verklaard; en
- zowel aan de V.O.F. als de B.V. op het aspect geluid lasten onder dwangsom opgelegd.
Het aspect geur
- de gedeeltelijke afwijzing van de handhavingsverzoeken over het aspect geur gehandhaafd, met aanvulling van de motivering; en
- de aan de B.V. opgelegde lasten onder dwangsom over de werking van de luchtwasser en de opslag van vaste mest in stand gelaten.
Het aspect geluid
- Punt 1: indien het gebruik van de verreiker en/of shovel daadwerkelijk een overschrijding van het maximaal toegestane langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de dagperiode oplevert van 2 dB, heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat daartegen niet handhavend hoeft te worden opgetreden. Daarnaast volgt uit het rapport van de STAB dat verweerder niet de maatregel heeft kunnen opleggen om de werkzaamheden met de shovel en verreiker op het buitenterrein in de avondperiode geheel te beëindigen.
- Punt 2: verweerders weigering om handhavend op treden tegen de overschrijdingen van de geluidsnormen door het schrapen van de shovelbak over de grond berust niet op een deugdelijke motivering. De rechtbank merkt dienaangaande nog op dat de STAB terecht constateert dat verweerder Alcedo niet heeft gevolgd in de voorgestelde organisatorische maatregelen om de overschrijding van het maximale geluidsniveau te voorkomen, maar dat de STAB ook betwijfelt of die maatregelen de overschrijding volledig gaan voorkomen.
- Punt 3: de beslissing om aan de B.V. een last onder dwangsom op te leggen om geen mest meer te laden in vrachtwagens aan de noordzijde van de stallen berust ook niet op een deugdelijke, volledige motivering. Datzelfde geldt voor de last onder dwangsom die onder dit punt is opgelegd voor het beëindigen van het gebruik van shovel en verreiker en de achteruitrijdsignalering.
- Punt 4: de weigering om handhavend op te treden tegen de overschrijding van het maximaal toegestane langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de incidentele bedrijfssituatie in de dag-, avond- en nachtperiode als gevolg van de afvoer van drijfmest door middel van vrachtwagens, tractor en giertank berust niet op een deugdelijke motivering, omdat in de berekeningen voor wat betreft het pompen van mest is uitgegaan van een onjuist bronvermogen en het pompen van mest met een vacuümpomp binnen de vergunde situatie wel mogelijk is.
- Punt 5: de weigering om handhavend op te treden tegen de overschrijding van het maximaal toegestane geluidsniveau in de incidentele bedrijfssituatie in de dag- en avondperiode door het schrapen van de shovelbak over de grond berust niet op een deugdelijke motivering. Datzelfde geldt voor de last onder dwangsom die is opgelegd voor het beëindigen van het gebruik van shovel en verreiker in de avondperiode en het uitschakelen van de achteruitrijdsignalering van vrachtwagens in de avond- en nachtperiode.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen, voor zover gericht tegen de herstelbesluiten, gegrond;
- vernietigt de herstelbesluiten voor wat betreft het aspect geluid;
- draagt verweerder op om op het aspect geluid opnieuw op de bezwaren van [eiser c.a.] te beslissen, met inachtneming van deze uitspraak;
- gelast verweerder het griffierecht van € 184,- aan [eiser c.a.] te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van [eiser c.a.] tot een bedrag van € 1.769,24;
- gelast verweerder het griffierecht van € 365,- aan [eiseres c.a.] te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van [eiseres c.a.] tot een bedrag van