ECLI:NL:RVS:2024:3714
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- J.M. Willems
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid bewaring ondanks ondertekening door onjuiste bewindspersoon
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 4 juli 2024 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat sinds 2 juli 2024 de minister van Asiel en Migratie bevoegd is voor asiel- en migratiezaken, en niet langer de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De bewaring was echter ondertekend door een inspecteur namens de staatssecretaris, wat een formeel gebrek oplevert.
Dit gebrek tast volgens de Afdeling niet de rechtmatigheid van de maatregel aan, omdat de ondertekenaar bevoegd was op grond van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 en de Regeling voortzetting mandaat. Bovendien was de vreemdeling niet in zijn belangen geschaad door de onjuiste vermelding. De belangenafweging leidde tot bevestiging van de bewaring.
De Afdeling ziet geen reden om ambtshalve de bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbetering van de motivering. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt als rechtmatig bevestigd.