ECLI:NL:RBDHA:2024:22091
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Duitsland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep samen met een vergelijkbare zaak behandeld en verklaart het ongegrond.
De rechtbank constateert dat het besluit namens de staatssecretaris is genomen terwijl de bevoegdheid bij de minister ligt, maar passeert dit gebrek omdat dit geen invloed heeft gehad op de inhoud. Eiser staat geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken, maar is volgens de rechtbank niet aannemelijk dat hij bij zijn zieke broer verblijft, noch dat hij dit bij het COA heeft gemeld.
Eiser betoogt dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt en dat overdracht indirecte refoulement oplevert, maar slaagt hier niet in. De rechtbank volgt het interstatelijk vertrouwensbeginsel en ziet geen bewijs voor systeemfouten in Duitsland. Ook het beroep op artikel 16 en Pro 17 van de Dublinverordening vanwege mantelzorg en afhankelijkheid wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank concludeert dat de minister terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen en wijst het beroep af zonder toekenning van proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.