ECLI:NL:RBDHA:2024:16939
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beroepen tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de minister die hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling nam, omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van deze aanvragen op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat ondanks een formeel gebrek in de besluitvorming, dit gebrek niet van invloed is geweest op de inhoud en daarom wordt gepasseerd. De minister mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland, aangezien er geen concrete aanwijzingen zijn dat Duitsland haar internationale verplichtingen niet nakomt. De door eisers aangevoerde tekortkomingen in de Duitse asielprocedure en opvangvoorzieningen zijn onvoldoende zwaarwegend om het vertrouwensbeginsel te weerleggen.
Verder is de discretionaire bevoegdheid van de minister om op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de asielaanvragen toch in behandeling te nemen, niet onjuist toegepast. De omstandigheden, waaronder de zwangerschap van eiseres, rechtvaardigen geen afwijking van de overdracht aan Duitsland. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de besluiten tot niet in behandeling nemen van de asielaanvragen blijven in stand.