ECLI:NL:RVS:2023:4066
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A. Kuijer
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens niet-toekenning proceskosten bij bewaring vreemdeling
De vreemdeling met de Turkse nationaliteit werd op 31 mei 2022 in bewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de maatregel van bewaring niet rechtsgeldig was uitgereikt omdat de uitgereikte versie niet was ondertekend, terwijl de ondertekende versie niet was uitgereikt. Dit gebrek werd echter als ernstig maar niet onrechtmatig beoordeeld, omdat de vreemdeling bekend was met de inhoud en de belangen van de staatssecretaris zwaarder wogen.
Daarnaast was er een gering gebrek in de ophouding, waarbij een onjuiste wetsartikel werd aangekruist, maar dit leidde niet tot onrechtmatigheid omdat de wettelijke grondslag wel aanwezig was en de maximale termijn niet werd overschreden.
De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de staatssecretaris niet werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten, bevestigde de uitspraak voor het overige en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van het beroep en hoger beroep ten bedrage van € 2.929,50.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de proceskosten niet werden toegekend en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van deze kosten.