ECLI:NL:RVS:2024:2136
Raad van State
- Hoger beroep
- P.H.A. Knol
- G.O. van Veldhuizen
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling instemming verlichtingsplan Windpark N33 en bezwaarprocedure
De zaak betreft de vraag of de instemmingen van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) op 5 april 2017 en 3 april 2019 voor het verlichtingsplan van het Windpark N33 bestuursrechtelijke besluiten zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De minister stelde dat dit niet het geval was en verklaarde het bezwaar van de wederpartij niet-ontvankelijk. De rechtbank oordeelde echter dat het wel bestuursrechtelijke besluiten zijn en vernietigde het besluit van de minister.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelt dat de instemmingen inderdaad bestuursrechtelijke besluiten zijn, mede vanwege de bepalingen in het rijksinpassingsplan die de instemming van de ILT vereisen voor het in gebruik nemen van het windpark. De Afdeling oordeelt verder dat het bezwaar tegen het besluit van 5 april 2017 niet tijdig is ingediend, omdat de wederpartij al op 29 mei 2019 op de hoogte had kunnen zijn, en vernietigt daarom slechts het deel van het besluit dat betrekking heeft op het bezwaar tegen het besluit van 3 april 2019.
Daarnaast behandelt de Afdeling diverse beroepsgronden van de wederpartij, waaronder de toepassing van het Verdrag van Aarhus, toetsing aan het rijksinpassingsplan, het Nevele-arrest, het milieueffectrapport en het verbod van détournement de pouvoir. Deze gronden worden niet gegrond verklaard. Ook het beroep tegen het besluit van 8 december 2023 over de dwangsom wordt ongegrond verklaard. Ten slotte wijst de Afdeling het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het bezwaar tegen het besluit van 5 april 2017 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, en het beroep tegen de besluiten van 21 juli 2021 en 8 december 2023 wordt ongegrond verklaard.