ECLI:NL:RVS:2022:1704
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nadeelcompensatie rijksinpassingsplan Ontpoldering Noordwaard
De appellant, eigenaar van een appartement in het monumentale Fort Steurgat te Werkendam, verzocht om nadeelcompensatie wegens waardedaling van zijn woning als gevolg van het rijksinpassingsplan Ontpoldering Noordwaard, dat in 2010 in werking trad. De minister van Infrastructuur en Waterstaat wees dit verzoek in 2017 af, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het planologisch nadeel van het rijksinpassingsplan binnen het normaal maatschappelijk risico valt. Dit oordeel was gebaseerd op een advies van de Adviescommissie Ruimte voor de Rivier en een taxatierapport, waarin de waardedaling van de woning werd vastgesteld op circa 1% (€5.000). De Afdeling verwierp de bezwaren van appellant over veiligheid, taxatie en het gelijkheidsbeginsel.
Daarnaast behandelde de Afdeling het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Geconstateerd werd dat de totale procedure ruim vier jaar en vijf maanden duurde, wat een overschrijding van ongeveer vijf maanden betekent. De overschrijding werd deels toegerekend aan de minister en deels aan de Afdeling zelf. De Afdeling kende een schadevergoeding toe van €500, verdeeld over de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Tot slot veroordeelde de Afdeling beide ministers tot vergoeding van de proceskosten die appellant maakte in verband met het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van nadeelcompensatie bevestigd, met een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding redelijke termijn.