ECLI:NL:RVS:2024:1597
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.M. Willems
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing naturalisatie wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
Appellant, die bijna 30 jaar in Nederland woont en sinds 2011 een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd heeft, verzocht om naturalisatie. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat appellant zijn identiteit en nationaliteit niet met de vereiste documenten kon aantonen en het beroep op bewijsnood niet slaagde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij zijn identiteit en nationaliteit ook met andere documenten dan een geboorteakte en paspoort kon aantonen, en dat hij al het mogelijke had gedaan om de gevraagde documenten te verkrijgen, maar dat de Angolese autoriteiten niet meewerkten. De staatssecretaris had onvoldoende gemotiveerd waarom het beroep op bewijsnood niet kon slagen.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had getoetst of de toepassing van de documenteis en het beroep op bewijsnood evenwichtig en noodzakelijk waren. De Afdeling stelde dat het voor appellant onmogelijk is om de gevraagde documenten te verkrijgen vanwege het niet meewerken van de Angolese autoriteiten en dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar deze problematiek.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van de overwegingen over bewijsnood en evenredigheid. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit met inachtneming van bewijsnood en evenredigheid.