ECLI:NL:RBDHA:2025:8096
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en veilig land van herkomst
Eiser heeft op 4 november 2024 een asielaanvraag ingediend die door de minister op 12 februari 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank heeft het beroep op 14 april 2025 behandeld en beoordeelt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser niet voldoende geloofwaardig zijn gemaakt. Eiser heeft geen objectieve documenten overlegd en zijn verklaringen vertonen tegenstrijdigheden, met name over zijn periode van dakloosheid en het bezit van identificatiedocumenten.
De minister heeft terecht geoordeeld dat eiser geen verschoonbare reden heeft gegeven voor het ontbreken van documenten en dat zijn beroep op bewijsnood niet is onderbouwd. Ook de stelling dat dakloosheid zijn cognitief functioneren negatief heeft beïnvloed is niet aannemelijk gemaakt. Daarnaast is vastgesteld dat Marokko als veilig land van herkomst geldt, en eiser behoort niet tot de uitzonderingscategorieën die hiervan zijn uitgezonderd.
Eisers betoog dat de minister een verwantschapsonderzoek had moeten doen naar zijn zoon in Nederland wordt verworpen, omdat hij geen bewijs heeft geleverd van deze gezinsband. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige identiteit en Marokko als veilig land van herkomst.