ECLI:NL:RVS:2023:27
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- H.G. Sevenster
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod wegens ontbreken mvv-vereiste en schending hoorplicht
De zaak betreft een Oekraïense vreemdeling die een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aanvraagt om bij haar Syrische partner en hun dochter in Nederland te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens het niet voldoen aan het mvv-vereiste en legde een inreisverbod op. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het belang van de vreemdeling bij familieleven niet zwaarder woog dan het Nederlandse toelatingsbeleid.
In hoger beroep stelde de Afdeling vast dat de staatssecretaris ten onrechte geen beoordeling had gemaakt op grond van artikel 17 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn, terwijl de vreemdeling als ongehuwde levenspartner rechten aan deze richtlijn kan ontlenen. Tevens werd geconcludeerd dat de hoorplicht in bezwaar was geschonden, omdat de vreemdeling niet is gehoord over haar beroep op de richtlijn en het EVRM.
De Afdeling vernietigt daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt dat de staatssecretaris een nieuw besluit neemt, waarbij de vreemdeling vooraf wordt gehoord. Bij dit nieuwe besluit moet worden beoordeeld of de vreemdeling als ongehuwde levenspartner een verblijfsrecht heeft op grond van de Gezinsherenigingsrichtlijn, en zo niet, of zij op grond van artikel 8 EVRM Pro verblijfsrecht toekomt.
De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, terwijl het griffierecht wordt terugbetaald. De uitspraak benadrukt de noodzaak van correcte toepassing van Europese regelgeving en de waarborg van hoorplicht in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing waarbij de vreemdeling wordt gehoord.