ECLI:NL:RBDHA:2024:11801
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning gezinshereniging ondanks langdurig verblijf en psychische problematiek referent
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met als doel verblijf als familie- of gezinslid bij referent. De minister wees deze aanvraag af en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de belangenafweging door de minister op grond van artikel 17 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn (Gri) en artikel 8 van Pro het EVRM correct is uitgevoerd.
Eiseres stelde dat de minister ten onrechte haar langdurig verblijf zonder verblijfsvergunning en het terugkeerbesluit uit 2009 in de beoordeling betrok, en dat de minister onvoldoende rekening hield met de psychische problematiek van referent en de hechtheid van de gezinsband. De rechtbank volgde dit niet en oordeelde dat de minister terecht het evenredigheidsbeginsel toepaste en dat het illegaal verblijf en de terugkeerverplichting meewegen in de belangenafweging.
Verder voerde eiseres aan dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de hardheidsclausule niet werd toegepast, ondanks de ziekte van referent. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule, omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat referent zonder eiseres niet zelfstandig kan functioneren en dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro ook geen aanleiding gaf tot een andere uitkomst.
Het beroep werd ongegrond verklaard, de afwijzing van de aanvraag blijft in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.