ECLI:NL:RBDHA:2023:13129
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onjuiste belangenafweging gezinshereniging
Eiseres diende een aanvraag in voor een machtiging voorlopig verblijf (mvv) om bij haar gehuwde referent te mogen verblijven. De Staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de referent niet voldeed aan het middelenvereiste en voerde een belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro.
Eiseres stelde dat de toetsing onjuist was omdat de belangenafweging op grond van artikel 17 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn (Gri) had moeten plaatsvinden, wat een gunstiger toets kan opleveren dan artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris onjuist had gehandeld door niet de juiste toets toe te passen en verwees naar een recente uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval de Staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met een correcte belangenafweging. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onjuiste toepassing van artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn.