ECLI:NL:RBDHA:2023:19425
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne niet onrechtmatig
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming als derdelander uit Oekraïne te beëindigen per 4 september 2023. De rechtbank beoordeelt dit beroep aan de hand van de bevoegdheid van verweerder, het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, en het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 30 oktober 2023 waarin is vastgesteld dat de staatssecretaris bevoegd is de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep, waaronder eiser valt, te beëindigen. De rechtbank volgt deze lijn en ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken. Eisers verwijzingen naar andere uitspraken en rechtspraak van het Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak worden niet gevolgd.
Ten aanzien van het evenredigheidsbeginsel oordeelt de rechtbank dat de beëindiging passend en noodzakelijk is om het doel van de Richtlijn te bereiken, namelijk het voorkomen van ontwrichting van het asielstelsel door een massale toestroom. De belangen van eiser zijn onvoldoende geconcretiseerd om te spreken van een onevenredige inbreuk. Ook het argument dat zijn echtgenote in Oekraïne verblijft, leidt niet tot een andere uitkomst.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.