ECLI:NL:RVS:2023:1654
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en opvangtekort Italië
Een Eritrese vreemdeling, geboren in 2006, diende op 1 maart 2022 een asielaanvraag in Nederland in nadat hij via Italië de EU was binnengekomen. De staatssecretaris nam de aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk zou zijn voor de asielprocedure. De rechtbank bevestigde dit standpunt en ging uit van de in Italië geregistreerde geboortedatum, waardoor de vreemdeling als meerderjarig werd beschouwd.
De vreemdeling stelde echter dat de geboortedatum onjuist was en dat hij risico liep op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij overdracht aan Italië vanwege slechte opvangomstandigheden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris het onderzoek naar de echtheid van de doopakte niet zorgvuldig had gemotiveerd en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer opging vanwege objectieve informatie over het opvangtekort in Italië.
De Afdeling concludeerde dat er een reëel risico bestaat dat de vreemdeling bij overdracht aan Italië in een situatie van ernstige materiële deprivatie terechtkomt. Daarom is het besluit van 28 november 2022 onrechtmatig en wordt het vernietigd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 28 november 2022 om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt vernietigd vanwege het ontbreken van opvangfaciliteiten in Italië.