Uitspraak
1.ECLI:NL:RVS:2003:AL3294
(2023:1654)volgt dat ook voor Italië (nog steeds) geldt dat verweerder er gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel in beginsel van uit mag gaan dat de registratie van de geboortedatum in dat land zorgvuldig heeft plaatsgevonden, en dat het aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat deze registratie onjuist is.5
2.ECLI:NL:RVS:2023:1655
6.JV 2022/227
9.ECLI:NL:RVS:2022:3147
12.ECLI:NL:RVS:2023:1654
De rechtbank volgt eiser hierin niet. In de aangehaalde uitspraak ging het om een vreemdeling die in verschillende andere lidstaten als meerderjarige stond geregistreerd en in één andere lidstaat zowel als minderjarige als meerderjarige was geregistreerd. In rechtsoverweging 3 tot en met 3.2 van de uitspraak is het beleid van verweerder toegelicht. Als een vreemdeling in een lidstaat staat geregistreerd als meerder- en minderjarig, doet de staatssecretaris navraag welke registratie die lidstaat als leidend beschouwt, dus of de desbetreffende vreemdeling in die lidstaat wordt beschouwd als meerder- of minderjarig. Verder doet verweerder in de situatie als geschetst navraag bij de diverse lidstaten of er brondocumenten aan de registratie ten grondslag liggen. De ABRvS overweegt onder 4 dat dat beleid niet onredelijk is. Uit de uitspraak van de ABRvS valt de lezing van eiser niet af te leiden. Deze grond slaagt niet.
- Betrokkene kijkt mij voortdurend aan, overweegt zijn antwoorden goed en geeft mij daarmee de indruk dat hij goed meewerkt.
- Betrokkene heeft een actieve luisterhouding.
- Betrokkene raakt geëmotioneerd over de dood van zijn moeder, maar blijft hierbij rustig. Hij huilt niet, geeft mij het gevoel zijn emoties voor zich te willen houden.
- Betrokkene komt op mij over als rustig en vriendelijk.
- Betrokkene zit rustig met zijn vingers in elkaar gevlochten, beweegt weinig.