ECLI:NL:RVS:2022:658
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in vreemdelingenzaak
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake zijn asielaanvraag. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok het besluit van 11 oktober 2021 in en gaf aan de asielaanvraag in de nationale procedure te zullen behandelen vanwege het verstrijken van de overdrachtstermijn volgens de Dublinverordening.
Naar aanleiding hiervan trok de vreemdeling het hoger beroep in en verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De Afdeling overwoog dat het alsnog in behandeling nemen van de asielaanvraag geen tegemoetkoming van de staatssecretaris vormt, maar een gevolg is van tijdsverloop. Daarom werd het verzoek tot proceskostenvergoeding afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door het lid van de enkelvoudige kamer, mr. C.M. Wissels, in aanwezigheid van griffier mr. M.T. Annen, op 3 maart 2022.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het intrekken van het besluit geen tegemoetkoming vormt.