ECLI:NL:RBDHA:2022:11128
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking Dublin-besluit
De zaak betreft een verzoek om proceskostenvergoeding door een asielzoeker tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De staatssecretaris had aanvankelijk het asielverzoek niet in behandeling genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht. De asielzoeker stelde beroep in tegen dit besluit.
Op 29 september 2022 trok de staatssecretaris het bestreden besluit in, waarna de asielaanvraag in de nationale procedure werd opgenomen. Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het alsnog in behandeling nemen van de asielaanvraag geen tegemoetkoming is, maar een gevolg van het verstrijken van de overdrachtstermijn volgens de Dublinverordening. Daarom is geen reden om de staatssecretaris te veroordelen tot proceskostenvergoeding. Het verzoek werd dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het alsnog in behandeling nemen van de asielaanvraag geen tegemoetkoming is.