ECLI:NL:RVS:2022:564
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- N. Verheij
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit toestemming werkzaamheden beveiliger wegens onvoldoende motivering en schending vergewisplicht
De korpschef van politie trok op 27 februari 2019 de toestemming in die aan appellant was verleend om werkzaamheden als beveiliger te verrichten, naar aanleiding van een conflict waarbij appellant werd aangehouden voor mishandeling, bedreiging en vernieling. Appellant werd veroordeeld voor mishandeling en bedreiging, maar vrijgesproken van vernieling. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en wees het beroep af. In hoger beroep stelde appellant dat de korpschef de camerabeelden niet had betrokken bij de besluitvorming, terwijl deze relevant waren, en dat de belangenafweging onvoldoende was gemotiveerd.
De Raad van State oordeelde dat de korpschef in strijd met de vergewisplicht handelde door de camerabeelden niet te betrekken, ondanks dat appellant het proces-verbaal deels betwistte. Dit gebrek kon echter worden gepasseerd omdat de overige feiten onbetwist waren. De vaste gedragslijn van de korpschef om alleen tot intrekking over te gaan zonder minder ingrijpende maatregelen te overwegen, werd als strijdig met de wet en beleidsregels beoordeeld. Tevens ontbrak een motivering waarom intrekking noodzakelijk en passend was.
De Raad van State vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. De korpschef werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen, waarbij alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld. Tevens werd de korpschef veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de toestemming wordt vernietigd en de korpschef wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.