ECLI:NL:RVS:2022:2296
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over schending recht op zitting bij inbewaringstelling vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling op 4 februari 2022 in bewaring. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze inbewaringstelling en de rechtbank Den Haag oordeelde op 23 februari 2022 dat het recht van de vreemdeling om op zitting te worden gehoord was geschonden. De rechtbank kende de vreemdeling ook schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of de staatssecretaris voldoende inspanningen had verricht om de overdracht van de vreemdeling aan de Belgische autoriteiten na de zitting te laten plaatsvinden, zodat de vreemdeling zijn recht op zitting kon uitoefenen.
De Raad van State overwoog dat het recht om op zitting te worden gehoord een fundamenteel recht is, gewaarborgd in de Grondwet, het EVRM en het EU-Handvest. Van de staatssecretaris mocht worden verwacht dat hij zou onderzoeken of de overdracht kon worden uitgesteld. Aangezien dit niet was gebeurd, bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank dat het recht van de vreemdeling was geschonden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die verband hielden met door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.