ECLI:NL:RVS:2022:2006
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende beschermenswaardig familieleven
De vreemdeling, geboren in 1958, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging bij haar meerderjarige zoon, referent, die een verblijfsvergunning asiel bezit. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af wegens het ontbreken van 'more than the normal emotional ties' tussen hen, een standpunt dat ook door de rechtbank werd bevestigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris niet volstaat met alleen vaststellen of beschermenswaardig familieleven bestaat, maar altijd een belangenafweging moet maken op grond van artikel 8 EVRM Pro. Daarbij moeten alle relevante feiten en omstandigheden worden betrokken, waaronder medische situatie, financiële afhankelijkheid en samenwoning.
De Afdeling constateert dat het ontbreken van een hoorzitting in bezwaar over de samenwoning en financiële afhankelijkheid onvoldoende is en dat de medische situatie van beide partijen nader onderzocht moet worden. De rechtbankuitspraak en het besluit van de staatssecretaris worden vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe belangenafweging. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag wordt vernietigd en terugverwezen voor een nieuwe belangenafweging conform artikel 8 EVRM.