ECLI:NL:RVS:2020:241
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wegens onvoldoende gezinsleven
De vreemdeling uit Guinee verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, gericht op verblijf bij zijn oudere broer die een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd bezit. De staatssecretaris wees de aanvraag op 13 februari 2018 af en verklaarde het bezwaar op 26 september 2018 ongegrond. De rechtbank bevestigde dit op 16 mei 2019, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde.
De rechtbank had geoordeeld dat er onvoldoende sprake was van een beschermenswaardig familie- of gezinsleven, mede omdat de vreemdeling en zijn broer niet samenwonen en niet financieel of medisch van elkaar afhankelijk zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter vast dat de staatssecretaris deze omstandigheden niet in het oorspronkelijke besluit heeft betrokken, waardoor het besluit van 26 september 2018 onvoldoende is gemotiveerd.
Hoewel de Afdeling het hoger beroep gegrond verklaart en het bestreden besluit vernietigt, laat zij de rechtsgevolgen van het besluit in stand om definitieve geschilbeslechting te bevorderen. De Afdeling overweegt dat de banden tussen de vreemdeling en zijn broer, ondanks emotionele gehechtheid en psychische steun, niet zodanig zijn dat zij het normale gezinsleven overstijgen. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.