ECLI:NL:RVS:2021:695
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inbewaringstelling wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Marokko
De vreemdeling met de Marokkaanse nationaliteit is op 5 november 2020 in vreemdelingenbewaring gesteld omdat hij niet meewerkt aan zijn uitzetting naar Marokko. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt anders.
De kernvraag was of er zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, terwijl de uitzetting afhankelijk is van de afgifte van een laissez-passer door de Marokkaanse autoriteiten. De staatssecretaris gaf aan dat in 2020 geen laissez-passers zijn afgegeven en dat de laatste gedwongen uitzetting met een laissez-passer in 2019 plaatsvond. Door de langdurige periode zonder afgifte van laissez-passers ontbrak het zicht op uitzetting.
De Afdeling concludeert dat de inbewaringstelling onrechtmatig is en vernietigt het vonnis van de rechtbank. De vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven per 2 april 2021. Tevens wordt aan de vreemdeling een schadevergoeding toegekend en worden de proceskosten aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: De inbewaringstelling wordt vernietigd en opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting; de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.