ECLI:NL:RVS:2014:1391
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar Sierra Leone
De vreemdeling werd op 10 februari 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of er zicht is op uitzetting naar Sierra Leone, waarbij de vreemdeling betoogde dat vrijwillig vertrek via de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) niet gelijkstaat aan gedwongen uitzetting, wat vereist is voor rechtmatige bewaring. De staatssecretaris stelde dat vertrek via de IOM als gedwongen vertrek kan worden beschouwd omdat het gefaciliteerd wordt door de Dienst Terugkeer en Vertrek.
De Afdeling oordeelde dat uitzetting alleen kan worden aangemerkt als gedwongen vertrek met dwang, en dat vrijwillig vertrek via de IOM niet als zodanig kwalificeert. Desondanks concludeerde de Afdeling dat er wel degelijk zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede vanwege de diplomatieke inspanningen en het naderende bezoek van een hoge delegatie uit Sierra Leone om het memorandum of understanding (MoU) te ondertekenen.
De Afdeling bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank, zij het op andere gronden, en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak dat er zicht is op uitzetting naar Sierra Leone en wijst het verzoek om schadevergoeding af.