ECLI:NL:RVS:2021:2566
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoeken wegens twijfel identiteit en nationaliteit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 31 oktober 2019 de verzoeken van appellanten om het Nederlanderschap te verkrijgen afgewezen vanwege twijfel over hun identiteit en nationaliteit. Appellanten, afkomstig uit Sierra Leone en houder van verblijfsvergunningen onder de Ranov-regeling, konden geen gelegaliseerde geboorteakten of buitenlandse reisdocumenten overleggen. Taalanalyses wezen uit dat hun ouders eerder tot de spraakgemeenschap van Guinee dan van Sierra Leone behoren.
Appellanten voerden aan dat hun identiteit en nationaliteit reeds waren vastgesteld in eerdere asielprocedures en dat zij in bewijsnood verkeren omdat zij als vluchtelingen geen officiële documenten konden meenemen. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht de authenticiteit van de overgelegde documenten betwijfelde en dat de inschrijving in de basisregistratie personen niet op gelegaliseerde documenten was gebaseerd. De taalanalyses waren zorgvuldig uitgevoerd en de mogelijkheid tot contra-expertise was geboden maar niet benut.
Verder kon appellanten geen bewijsnood worden toegekend omdat zij onvoldoende hadden aangetoond dat zij alles hadden gedaan om aan de gevraagde documenten te komen. De aangekondigde beleidswijziging per 1 november 2021 bood geen grond voor een andere beoordeling in deze procedure. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de naturalisatieverzoeken wordt bevestigd.