ECLI:NL:RVS:2013:501
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot verlening Nederlanderschap wegens onvoldoende bewijs identiteit
Bij besluit van 15 juni 2011 wees de minister het verzoek van appellant om Nederlanderschap te verkrijgen af wegens onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit. Appellant beschikte niet over een gelegaliseerde geboorteakte of geldig buitenlands paspoort, maar wel over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.
Appellant voerde aan dat zij bewijsnood had en dat zij alles redelijkerwijs had gedaan om de benodigde documenten te verkrijgen, waaronder pogingen bij de ambassade van Sudan. De rechtbank oordeelde echter dat van appellant mag worden verlangd af te reizen naar Sudan om documenten te verkrijgen, en dat de overgelegde verklaringen onvoldoende waren om bewijsnood aan te nemen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de staatssecretaris bevoegd is om bewijs van identiteit en nationaliteit te verlangen en dat de medische verklaring van de Age Estimation Board onvoldoende is omdat appellant niet persoonlijk verscheen. Ook is het beroep op bewijsnood verworpen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij de documenten niet kon verkrijgen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot Nederlanderschap bevestigd.