Eiseres, afkomstig uit Somalië en namens haar minderjarige kinderen, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen wegens vermeende misleiding over haar nationaliteit. De minister baseerde deze afwijzing voornamelijk op een taalanalyse en twijfels over de authenticiteit van documenten.
De rechtbank oordeelt dat eiseres pas in beroep volledig inzicht kreeg in het dossier, waardoor zij niet adequaat kon reageren op afwijzingsgronden, wat een zorgvuldigheidsgebrek oplevert. Daarnaast is de taalanalyse gebaseerd op onjuiste feitelijke aannames over haar verblijfplaatsen en is onvoldoende gemotiveerd. De minister heeft onvoldoende onderbouwd waarom de overgelegde documenten zouden duiden op misleiding.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, oordeelt dat de minister het asielrelaas onvoldoende inhoudelijk heeft beoordeeld en beveelt een nieuw besluit binnen zes weken. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.