ECLI:NL:RVS:2020:867
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.Th. Drop
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking vergunning en toestemming leiding particuliere beveiligingsorganisatie wegens onvoldoende betrouwbaarheid
Appellant exploiteert een particuliere beveiligingsorganisatie waarvoor een vergunning en toestemming voor leiding zijn verleend in 2014. In 2017 heeft de staatssecretaris deze vergunning en toestemming ingetrokken op grond van onvoldoende betrouwbaarheid, omdat appellant lid is van een motorclub waarvan een aanzienlijk deel van de leden strafrechtelijke antecedenten heeft.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond verklaard, waarbij is overwogen dat de betrouwbaarheid en integriteit van leidinggevenden in de beveiligingsbranche boven twijfel moeten staan. Het feit dat appellant lid is van een criminele kring maakt dat hij niet betrouwbaar is, ongeacht of hij zelf kennis draagt van de strafbare feiten van andere leden.
Appellant voerde onder meer aan dat het begrip 'verkeren in criminele kringen' onduidelijk is en dat hij onvoldoende gelegenheid tot verweer heeft gehad. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt echter dat het begrip helder is binnen het beleidskader, dat de minister beoordelingsruimte heeft, en dat appellant voldoende inzicht heeft gekregen in de gronden voor het besluit. Ook is het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het recht op een eerlijk proces verworpen.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarmee de intrekking van vergunning en toestemming rechtsgeldig blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van vergunning en toestemming bevestigd.