ECLI:NL:RVS:2018:2302
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onbetrouwbaarheid na incident
De korpschef heeft op 17 januari 2017 de toestemming voor appellant om beveiligingswerkzaamheden te verrichten ingetrokken vanwege een incident op 13 november 2016 waarbij appellant agressief gedrag vertoonde. De rechtbank heeft deze intrekking bevestigd en overwogen dat appellant onvoldoende betrouwbaar is om in de beveiligingsbranche te werken.
Appellant voerde aan dat het incident was veroorzaakt door derden en dat hij uit zelfverdediging handelde, met verwijzing naar eerdere jurisprudentie en zijn lange staat van dienst zonder incidenten. De korpschef en rechtbank stelden echter dat appellant buiten de grenzen van toelaatbaar gedrag was getreden door agressief en intimiderend op te treden, wat niet past bij de hoge eisen aan beveiligers.
De Raad van State oordeelt dat de korpschef ruime beoordelingsruimte heeft bij het bepalen van betrouwbaarheid en dat het besluit niet onredelijk is. Het beroep op de hardheidsclausule faalt omdat deze niet van toepassing is op de relevante beleidsregels. Ook het incidenteel hoger beroep van de korpschef wordt afgewezen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de toestemming voor appellant om beveiligingswerkzaamheden te verrichten wordt bevestigd wegens onvoldoende betrouwbaarheid na agressief incident.