ECLI:NL:RVS:2019:2447
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid na verkeersincident
De korpschef trok op 25 juli 2017 de toestemming in die aan een beveiligingsorganisatie was verleend om appellant beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten, vanwege verdenking van roekeloos rijgedrag met dodelijke gevolgen. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze intrekking, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij niet roekeloos had gereden, dat de verdenking niet relevant was voor zijn functie en dat de belangenafweging onjuist was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de korpschef een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het bepalen van betrouwbaarheid en dat de beleidsregels hogere eisen stellen aan beveiligingsmedewerkers. De feiten, getuigenverklaringen en onderzoeksresultaten wezen op ernstig roekeloos rijgedrag, wat niet verenigbaar is met de functie van beveiliger. De betwisting van appellant was onvoldoende onderbouwd.
De Afdeling vond dat de sociale en financiële belangen van appellant niet zwaarder wegen dan het maatschappelijk belang bij betrouwbare beveiliging. De intrekking was niet onevenredig en de eerdere uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt bevestigd wegens onvoldoende betrouwbaarheid na ernstig verkeersincident.