ECLI:NL:RVS:2020:423
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J.J. van Eck
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten minister over verlies Nederlanderschap wegens verblijf in buitenland
In deze zaak ging het om hoger beroepen van zes appellanten tegen besluiten van de minister van Buitenlandse Zaken die hun aanvragen voor een nationaal paspoort buiten behandeling hadden gesteld omdat zij het Nederlanderschap volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) van rechtswege hadden verloren door langdurig verblijf buiten Nederland en de EU.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat de minister bij zijn besluitvorming niet had getoetst aan het evenredigheidsbeginsel zoals vereist door het Unierecht, in het bijzonder artikel 20 van Pro het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) en het Tjebbes-arrest van het Hof van Justitie van de EU. Dit arrest verplicht nationale autoriteiten om incidenteel en individueel te onderzoeken of het verlies van de nationaliteit en daarmee het Unieburgerschap onevenredige gevolgen heeft.
De Afdeling vernietigde daarom de bestreden uitspraken van de rechtbank en de besluiten van de minister en beval dat de minister binnen vier maanden opnieuw op de bezwaren moet beslissen met inachtneming van de evenredigheidstoets. Tevens werd bepaald dat tegen de nieuwe besluiten alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
De uitspraak benadrukt dat het toetsingsmoment voor de evenredigheid het moment van het verlies van het Nederlanderschap is, waarbij niet alleen de op dat moment gemanifesteerde gevolgen maar ook de redelijkerwijs voorziene gevolgen moeten worden betrokken. De Afdeling wijst erop dat de minister partijen in de nieuwe procedure in de gelegenheid moet stellen hun standpunten en relevante gegevens te verstrekken.
Deze uitspraak heeft belangrijke gevolgen voor de toepassing van de RWN en de bescherming van het Unieburgerschap, met name voor personen die langdurig in het buitenland verblijven en daardoor het Nederlanderschap dreigen te verliezen zonder individuele belangenafweging.
Uitkomst: De besluiten van de minister worden vernietigd en de minister wordt opgedragen de bezwaren opnieuw te beoordelen met toepassing van het evenredigheidsbeginsel uit het Unierecht.