Uitspraak
1.Verloop van de procedure
Rijkswet op het Nederlanderschap(hierna: RwNed), met producties, heeft verzoeker aan het Hof verzocht vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Verzoeker, geboren in 1952 in Colombia en sinds 1999 Nederlander, verzocht het Hof vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit. Het Hof beoordeelde het verzoek op basis van artikel 15 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RwNed), dat bepaalt dat het Nederlanderschap verloren gaat indien een meerderjarige tien jaar onafgebroken buiten Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de EU verblijft met dubbele nationaliteit.
Uit de stukken bleek dat verzoeker sinds 1 april 2003 de Venezolaanse nationaliteit bezat en dat hij Aruba had verlaten en pas in 2015 terugkeerde. Het Hof concludeerde dat aan de voorwaarden van artikel 15 lid 1 onder Pro c en lid 4 RwNed was voldaan, waardoor verzoeker het Nederlanderschap heeft verloren.
Vervolgens stelde het Hof vast dat het verlies van het Nederlanderschap ook het verlies van het EU-burgerschap inhoudt, met belangrijke gevolgen voor de rechten van verzoeker en zijn gezin. Het Hof verwees naar het Tjebbes-arrest van het Hof van Justitie van de EU, waarin het evenredigheidsbeginsel wordt toegepast om te beoordelen of het verlies van het nationaliteit en daarmee het EU-burgerschap onevenredige gevolgen heeft.
Het Hof benadrukte dat alleen gevolgen die niet hypothetisch zijn maar redelijkerwijs voorzienbaar op het moment van het verlies van het Nederlanderschap meegewogen mogen worden. De zaak werd aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen zich nader uit te laten over de toepassing van het evenredigheidsbeginsel en de gevolgen daarvan voor verzoeker en zijn gezin.
De zaak is verwezen naar de rolzitting van 19 januari 2021 voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat verzoeker het Nederlanderschap heeft verloren maar houdt de beslissing aan voor nadere beoordeling van het evenredigheidsbeginsel.