ECLI:NL:RVS:2020:3117
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf en DNA-onderzoek
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees een aanvraag af voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) van een vreemdeling uit Eritrea, die als zoon van een referent in Nederland wil verblijven. De vreemdeling kon de familierelatie niet aannemelijk maken zonder DNA-onderzoek, dat de staatssecretaris aanbood in Ethiopië. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende rekening hield met praktische problemen van de vreemdeling en beval DNA-onderzoek in Eritrea via een andere EU-lidstaat.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat geen juridische grondslag bestaat voor het faciliteren van DNA-onderzoek in het land van herkomst en dat dit de soevereiniteit schaadt. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de staatssecretaris onder omstandigheden aanvullend onderzoek moet faciliteren, maar dat in deze zaak de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat uitreis onmogelijk was en dat de staatssecretaris passend had gehandeld.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling en referent ongegrond. Het beroep werd ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, het beroep wordt ongegrond verklaard.