ECLI:NL:RBDHA:2021:14530
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering mvv-verlening wegens niet beschikbaar zijn voor DNA-onderzoek in Ethiopië
Eisers, allen van Eritrese nationaliteit en familieleden van een referent met een verblijfsvergunning, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te weigeren.
De staatssecretaris had het bezwaar ongegrond verklaard omdat eisers niet beschikbaar waren voor het aangeboden DNA-onderzoek op de Nederlandse ambassade in Ethiopië, dat nodig was om de familierechtelijke relatie met de referent aan te tonen. Eisers stelden dat het onderzoek ook in Eritrea had moeten worden aangeboden en dat de weigering een schending van artikel 8 EVRM Pro opleverde.
De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende hadden onderbouwd waarom zij niet konden reizen naar Ethiopië en dat de staatssecretaris niet verplicht was om aanvullend onderzoek in Eritrea te faciliteren. Ook was er geen sprake van een schending van artikel 8 EVRM Pro omdat eerst duidelijkheid over de familierechtelijke relatie vereist is.
Verder was het terecht dat van horen in bezwaar werd afgezien omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het niet beschikbaar zijn voor DNA-onderzoek.