Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam 1], eiser, V-nummer: [Nummer 1]
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eisers, Eritrese minderjarigen verblijvend in Ethiopië, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf bij hun broer in Nederland. De staatssecretaris weigerde de mvv omdat de familierechtelijke relatie niet kon worden vastgesteld, mede doordat het aangeboden DNA-onderzoek niet kon plaatsvinden. Eisers voerden aan dat de vader niet kon reizen vanwege dienstplicht en medische redenen, maar dit werd niet voldoende onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een DNA-onderzoek en het niet aantonen van onmogelijkheid tot reizen van de vader de weigering rechtvaardigen. Verder was er geen verplichting tot aanvullend onderzoek in Eritrea, aangezien het onderzoek in Ethiopië mogelijk was. Eisers stelden dat het belang van het kind zwaarder woog, maar zonder vaststelling van de identiteit en relatie kon geen belangenafweging plaatsvinden.
Ook het argument dat gezinshereniging wordt belemmerd omdat moeder en zus niet vertrekken, werd verworpen omdat zij sinds mei 2021 in de Nederlandse BRP staan ingeschreven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de mvv wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van de familierechtelijke relatie.