ECLI:NL:RVS:2020:2437
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- B.P.M. van Ravels
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Beslissing over openbaarmaking documenten Schelde-estuarium en Hedwigepolder op grond van de Wob
De zaak betreft een verzoek van appellant om openbaarmaking van correspondentie en afspraken tussen de Belgische staat, het Vlaams Gewest en de Nederlandse Staat over het Verdrag betreffende de uitvoering van de Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium en de ontpoldering van de Hedwigepolder. De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft dit verzoek deels ingewilligd en deels geweigerd op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de minister terecht openbaarmaking van bepaalde documenten, zoals geannoteerde agenda’s en nota’s van de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie (VNSC), mocht weigeren vanwege intern beraad en bescherming van internationale betrekkingen. Wel oordeelde de rechtbank dat de minister onvoldoende had gezocht naar documenten en bepaalde besluiten vernietigde.
In hoger beroep betwist appellant de toepassing van de weigeringsgronden en stelt dat de documenten betrekking hebben op structureel overleg en dat openbaarmaking geen schade aan de betrekkingen met Vlaanderen veroorzaakt. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het oordeel over de weigeringsgronden, maar oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat hij voldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar documenten die onder zijn beheer behoren.
Daarom vernietigt de Afdeling het besluit van 18 december 2019 en beveelt de minister een nieuw besluit te nemen met een zorgvuldiger zoekslag. Tevens bepaalt de Afdeling dat tegen het nieuwe besluit slechts beroep bij haar kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 18 december 2019 is gegrond verklaard en het besluit vernietigd; de minister moet een nieuw besluit nemen met een zorgvuldiger onderzoek.