Eiser verzocht het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat om openbaarmaking van documenten over een Israëlisch defensiebedrijf op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en later de Wet open overheid (Woo). Verweerder weigerde grotendeels openbaarmaking vanwege staatsveiligheid en andere weigeringsgronden. Na bezwaar verklaarde verweerder het bezwaar gedeeltelijk gegrond en maakte één aanvullend document deels openbaar.
Eiser stelde dat verweerder onvolledig was in zijn zoekslag en dat er meer documenten moesten zijn. De rechtbank oordeelde dat de zoekslag zorgvuldig was uitgevoerd en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er meer documenten zijn. De rechtbank verwierp het verzoek om ongelijkheidscompensatie en bevestigde dat de motiveringsplicht van verweerder passend was.
De rechtbank beoordeelde de weigering van openbaarmaking van honderden documenten en achtte de toegepaste weigeringsgronden, waaronder staatsveiligheid en vertrouwelijkheid, grotendeels terecht. Echter, voor drie specifieke documenten stelde de rechtbank een motiveringsgebrek vast en vernietigde het besluit voor deze documenten. Verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen. Het griffierecht wordt aan eiser vergoed, een dwangsom wordt afgewezen.