ECLI:NL:RVS:2020:1855
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag na intrekking besluit
De staatssecretaris heeft op 11 juni 2019 besloten om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure trok de staatssecretaris het besluit van 11 juni 2019 in en nam de asielaanvraag alsnog in behandeling, omdat de overdrachtstermijn volgens de Dublinverordening was verstreken. De vreemdeling handhaafde zijn hoger beroep vanwege onder meer de beslistermijn, de ingangsdatum van een eventuele verblijfsvergunning en proceskosten.
De Afdeling oordeelde dat de vreemdeling geen belang meer had bij het hoger beroep, omdat het intrekken van het besluit het doel van het beroep had bereikt. Ook zou een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep niet leiden tot een eerdere vaststelling van de verantwoordelijkheid van Nederland of een eerdere ingangsdatum van de vergunning. De Afdeling verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees een verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat het intrekken van het besluit een veranderde omstandigheid betrof en geen tegemoetkomen door de staatssecretaris.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bestreden besluit is ingetrokken en de aanvraag alsnog in behandeling wordt genomen.