ECLI:NL:RBDHA:2023:1379
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij verlenging verblijfsvergunning asiel
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, diende op 3 juni 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Na een afwijzing in 2020 en daaropvolgende procedures, verleende de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 8 september 2022 alsnog een verblijfsvergunning tot 3 juni 2022.
Eiser vroeg vervolgens om een verlenging van de vergunning vanaf 3 juni 2022 voor vijf jaar, omdat anders een verblijfsgat zou ontstaan dat gevolgen zou hebben voor zijn naturalisatie. Op 19 oktober 2022 verlengde verweerder de vergunning tot 3 juni 2027, maar zonder ingangsdatum te vermelden. Eiser stelde beroep in tegen het bestreden besluit van 8 september 2022.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang, aangezien de vergunning aansluitend is verlengd en er geen onderbreking in het verblijfsrecht is ontstaan. De rechtbank gaat niet in op het betoog over het ontbreken van een ingangsdatum in het verlengingsbesluit, omdat daartegen geen beroep is ingesteld. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend omdat verweerder niet onrechtmatig heeft gehandeld en geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.