ECLI:NL:RBDHA:2022:7322
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking vreemdelingenbesluit wegens gewijzigde situatie Afghanistan
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin de ambtshalve toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 werd afgewezen. Na het ongegrond verklaren van het bezwaar door verweerder, stelde verzoeker beroep en een verzoek om voorlopige voorziening in. Verweerder trok het bestreden besluit in op grond van de gewijzigde situatie in Afghanistan en gaf aan geen aanleiding te zien voor proceskostenvergoeding.
Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het beroep en de voorlopige voorziening in en verzocht alsnog om proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat intrekking van het besluit vanwege gewijzigde omstandigheden geen tegemoetkomen inhoudt zoals bedoeld in de Awb, en dat daarom geen proceskostenvergoeding kan worden toegekend.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk ongegrond af en bevestigde dat de gewijzigde situatie in het land van herkomst geen erkenning van onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit inhoudt. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en in het openbaar op 22 juni 2022.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat intrekking van het besluit vanwege gewijzigde omstandigheden geen tegemoetkomen inhoudt.