ECLI:NL:RVS:2019:567
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan wegens ontbrekende belangenafweging en ambtshalve vergunningverlening
De staatssecretaris had vastgesteld dat de vreemdeling, een Poolse gemeenschapsonderdaan, geen rechtmatig verblijf in Nederland meer had. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en oordeelde dat de staatssecretaris niet hoefde te beoordelen of de vreemdeling een onredelijk beroep op de algemene middelen had gedaan, noch ambtshalve hoefde te toetsen aan artikel 8 EVRM Pro.
In hoger beroep stelde de Afdeling dat de staatssecretaris verplicht is een belangenafweging te maken bij de vaststelling van het onrechtmatig verblijf, omdat dit een verwijderingsmaatregel betreft onder de Verblijfsrichtlijn. Tevens oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris krachtens artikel 3.6b van het Vreemdelingenbesluit 2000 bevoegd is om ambtshalve een verblijfsvergunning te verlenen, ook zonder dat een aanvraag is ingediend.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 30 juni 2017 en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen waarbij een belangenafweging wordt gemaakt, rekening houdend met nieuwe feiten en omstandigheden. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen met een belangenafweging en ambtshalve vergunningverlening.