ECLI:NL:RBDHA:2020:15172
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht op grond van EU-recht wegens ontbreken gedwongen vertrek uit EU
Eiser, houder van een Spaanse verblijfsvergunning en vader van vijf Nederlandse kinderen, waaronder een ernstig zieke tweeling, verzocht om een verblijfsdocument in Nederland op grond van artikel 20 VwEU Pro en het arrest Chavez-Vilchez e.a. Hij stelde dat een weigering ertoe zou leiden dat zijn kinderen de EU moeten verlaten.
Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet aannemelijk maakte dat hij met zijn gezin een gemeenschappelijke huishouding in Spanje voerde en dat de kinderen gedwongen zouden worden de EU te verlaten. De rechtbank oordeelde dat eiser rechtmatig in Spanje verblijft en dat zijn kinderen als Unieburger ook in Spanje mogen verblijven, zodat geen sprake is van gedwongen vertrek uit de EU.
De rechtbank overwoog dat het arrest Chavez-Vilchez e.a. alleen van toepassing is indien de weigering leidt tot gedwongen vertrek uit de EU. De belangenafweging van de kinderen speelt alleen in dat geval een rol. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen omdat dit geen verblijfsrecht op grond van artikel 9 Vw Pro kan opleveren.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van gedwongen vertrek uit de EU.