ECLI:NL:RVS:2019:1893
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongeldigverklaring rijbewijs wegens onvoldoende bewijs alcoholmisbruik
Appellant werd op 18 december 2016 aangehouden wegens rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 510 µg/l, na een eerdere aanhouding in 2012 met 765 µg/l en deelname aan een EMA-cursus. Het CBR legde een onderzoek op, waaruit psychiater Van Loenen concludeerde dat appellant alcoholmisbruik in ruime zin vertoonde. Op basis hiervan verklaarde het CBR het rijbewijs ongeldig vanaf 18 juli 2017. Appellant voerde bezwaar aan met een contra-expertise die de diagnose betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze uitspraak.
De Afdeling oordeelt dat de conclusie van alcoholmisbruik onvoldoende is onderbouwd. De enkele aanhouding na EMA-cursus, het ademalcoholgehalte en het rijden van drie kilometer met verhoogd promillage zijn onvoldoende om alcoholmisbruik vast te stellen. Het rapport van Van Loenen mist inzicht in de relatie tussen deze feiten en de diagnose. Ook is de onderrapportage niet aannemelijk gemaakt, mede gelet op het nachtelijke werk van appellant nabij alcoholcontrolelocaties. De contra-expertise ondersteunt dit oordeel.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het besluit van het CBR en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalt dat het CBR een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het CBR veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt vernietigd.