ECLI:NL:RVS:2018:3490
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag Nederlands paspoort voor minderjarige kinderen wegens onvoldoende bewijs Nederlanderschap
De zaak betreft het hoger beroep van appellanten tegen de afwijzing van hun aanvragen om voor hun twee minderjarige kinderen een Nederlands paspoort te verkrijgen. De minister had de aanvragen aanvankelijk buiten behandeling gesteld omdat niet het Koninklijk Besluit overgelegd was. Na bezwaar stelde de minister de aanvragen opnieuw buiten behandeling wegens onvoldoende zekerheid over het Nederlanderschap, mede vanwege twijfel over de echtheid van Somalische geboorte- en huwelijksakten.
Appellanten voerden onder meer aan dat de rechtbank ten onrechte geen DNA-onderzoek had laten verrichten en dat de verklaring van de directeur-generaal van het Ministerie van Justitie van Somaliland als deskundigenadvies had moeten worden erkend. Ook stelden zij dat het Bureau Documenten niet onafhankelijk is en dat een mondeling gesloten huwelijk rechtsgeldig is. De Afdeling oordeelde dat de minister terecht het Bureau Documenten had ingeschakeld en dat de rechtbank de verklaringen van dit bureau als deskundigenadvies mocht beschouwen. De rechtbank hoefde geen gerechtelijk deskundige te benoemen.
Verder werd geoordeeld dat de minister niet bevoegd is om op grond van een belangenafweging toch een paspoort te verstrekken als het Nederlanderschap niet met de nodige zekerheid kan worden vastgesteld. De overschrijding van de redelijke termijn werd gerechtvaardigd geacht vanwege het onderzoek door het Bureau Documenten en het procesverloop.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de aanvragen definitief buiten behandeling zijn gesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvragen voor Nederlandse paspoorten blijven buiten behandeling gesteld.