AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing registratie Afghaans identiteitsbewijs in basisregistratie personen bevestigd
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Schiedam om zijn Afghaans identiteitsbewijs, een taskera, als brondocument in de basisregistratie personen (brp) te registreren. Het college wees dit verzoek af op grond van een documentenonderzoek door het Bureau Documenten van de IND, dat concludeerde dat het document mogelijk niet echt is vanwege afwijkende druktechnieken.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit oordeel in een uitspraak van 21 juli 2017. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college terecht is uitgegaan van het deskundigenadvies van het Bureau Documenten. Het advies was zorgvuldig en inzichtelijk, en appellant had geen tegenexpertise overgelegd. De Raad van State verwierp het beroep en bevestigde het besluit van het college. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot registratie van het Afghaans identiteitsbewijs in de brp wordt bevestigd.
Uitspraak
201707075/1/A3.
Datum uitspraak: 25 juli 2018
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Schiedam,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 juli 2017 in zaak
nr. 16/7888 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Schiedam.
Procesverloop
Bij besluit van 8 januari 2016 heeft het college het verzoek van [appellant] om zijn Afghaanse identiteitsbewijs in de basisregistratie personen (hierna: brp) te registreren afgewezen.
Bij besluit van 24 oktober 2016 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 21 juli 2017 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 juli 2018, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. D. Schaap, advocaat te Rotterdam, en het college, vertegenwoordigd door A. Soochit-Kanhai en C. Verhulst, medewerker bij het Bureau Documenten van de IND (hierna: het Bureau), zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1. [appellant] wil een Afghaans identiteitsbewijs, een zogeheten taskera, als brondocument in de brp laten registreren. Hierop staan dezelfde gegevens als die reeds in de brp zijn vermeld. Soortgelijke identiteitsbewijzen van zijn vrouw en drie kinderen zijn bij afzonderlijke verzoeken ook overgelegd.
Besluit college
2. Aan de afwijzing om de taskera van [appellant] als brondocument op te nemen in de brp heeft het college ten grondslag gelegd een door het Bureau verricht documentenonderzoek van 26 november 2015 (hierna: verklaring van onderzoek) naar de echtheid van de overgelegde Taskera. In de verklaring van onderzoek heeft het Bureau geconcludeerd dat het document zeer wel mogelijk niet echt is, omdat basisgegevens zijn aangebracht met een tonertechniek en het documentnummer met een afwijkende techniek (toner) is aangebracht.
Hogerberoepsgronden
3. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college in dit geval niet mag uitgaan van de in de verklaring van onderzoek neergelegde conclusie. Hij voert aan dat de verklaring van onderzoek niet concludent is.
Niet duidelijk is volgens [appellant] waarom de taskera niet echt is. Bovendien zien de taskera’s van zijn vrouw en kinderen er hetzelfde uit en zijn die wel in de brp geregistreerd.
Beoordeling Afdeling
3.1. Zoals volgt uit onder meer de uitspraak van de Afdeling van 21 oktober 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3221), is een door het Bureau opgestelde verklaring van onderzoek een deskundigenadvies waarvan een bestuursorgaan in beginsel mag uitgaan. Indien en voor zover een bestuursorgaan een deskundigenadvies aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, strekt de door de rechtbank te verrichten toetsing, indien de desbetreffende belanghebbende geen eigen deskundigenadvies overlegt, niet verder dan dat zij naar aanleiding van een aangevoerde beroepsgrond beoordeelt of het bestuursorgaan zich ingevolge artikel 3:2 vanPro de Algemene wet bestuursrecht ervan heeft vergewist dat het deskundigenadvies, naar wijze van totstandkoming, zorgvuldig en, naar inhoud, inzichtelijk en concludent is. [appellant] heeft geen contra-expertise overgelegd.
In de door het Bureau opgestelde verklaring van onderzoek naar de echtheid van de taskera, is vermeld dat basisgegevens zijn aangebracht met een tonertechniek en het documentnummer met een afwijkende techniek (toner) is aangebracht. Naar aanleiding van deze bevindingen heeft het Bureau geconcludeerd dat het identiteitsbewijs zeer wel mogelijk niet echt is. Zoals het college heeft toegelicht dienen bij een taskera de basisgegevens via offset druk en het documentnummer middels een nummeratorstempel met stempelinkt aangebracht te zijn. Onweersproken is dat een deskundige van het Bureau dit reeds tijdens de hoorzitting in bezwaar heeft toegelicht. Dat de taskera’s van zijn vrouw en kinderen er op het oog hetzelfde uitzien, betekent niet dat het door [appellant] aangeboden identiteitsbewijs echt is. Zoals Verhulst ter zitting van de Afdeling heeft toegelicht is slechts met een microscoop te zien met welke techniek de gegevens op het document zijn aangebracht.
Gezien het voorgaande, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het college het verzoek van [appellant] om zijn Afghaanse identiteitsbewijs in de brp te registreren mocht afwijzen op grond van de verklaring van onderzoek.
Het betoog faalt.
Conclusie
4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
Proceskosten
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Ley-Nell, griffier.