ECLI:NL:RVS:2018:1754
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- A.B.M. Hent
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bestuurlijke boete wegens onttrekking woonruimte aan bewoning door hennepkwekerij
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde aan appellant een bestuurlijke boete van €10.250,- op wegens het onttrekken van een substantieel deel van zijn woning aan de bestemming tot bewoning door het bedrijfsmatig kweken van hennep. De rechtbank had deze boete gematigd tot €2.360,- vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder de lange aflossingstermijn van de betalingsregeling.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze matiging en appellant stelde incidenteel hoger beroep in tegen de vaststelling van de overtreding. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep van het college gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van appellant ongegrond. De Afdeling oordeelde dat het college terecht een bestuurlijke boete oplegde omdat sprake was van een substantieel deel van de woning dat onttrokken was aan bewoning.
Verder overwoog de Afdeling dat de boete niet gematigd hoeft te worden omdat appellant onvoldoende inzicht heeft gegeven in het voordeel dat hij uit de hennepkwekerij heeft genoten, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de boete onevenredig hoog is. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €10.250,- wegens onttrekking van woonruimte aan bewoning wordt gehandhaafd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.