ECLI:NL:RVS:2015:2996
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor onttrekking woonruimte zonder vergunning in Amsterdam
Het dagelijks bestuur van Amsterdam legde aan appellant een bestuurlijke boete van €12.000 op wegens het zonder vergunning onttrekken van een woonruimte door deze voor toeristische verhuur aan te bieden. Appellant stelde dat de woning niet binnen de sociale sector viel vanwege de huurprijs, dat hij wel degelijk zijn hoofdverblijf had in de woning en dat de boete onevenredig hoog was gezien zijn financiële situatie.
De rechtbank oordeelde dat de woning als woonruimte in de zin van de Huisvestingswet viel, ongeacht de huurprijs, en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf in de woning had. Onder meer meldingen van illegale verhuur en boekingen via toeristische websites ondersteunden dit oordeel. De rechtbank wees ook het beroep op de hoogte van de boete af, omdat appellant geen voldoende bewijs leverde van bijzondere omstandigheden die matiging rechtvaardigen.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank. De boete was conform de geldende huisvestingsverordening vastgesteld en het evenredigheidsbeginsel was in acht genomen. Het ontbreken van de cautie tijdens een telefoongesprek leidde niet tot matiging van de boete. Het gewijzigde beleid omtrent toeristische verhuur was niet van toepassing op de feiten in deze zaak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €12.000 wegens het zonder vergunning onttrekken van de woonruimte.