ECLI:NL:RVS:2017:25
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens gedeeltelijke woningonttrekking voor hennepplantage
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg legde appellant een bestuurlijke boete van €4.000 op wegens overtreding van artikel 30, eerste lid, van de Huisvestingswet in samenhang met de Huisvestingsverordening, omdat een slaapkamer in zijn woning werd gebruikt als hennepplantage. Appellant voerde aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat de politie zonder machtiging binnentrad en dat de woonruimte niet onttrokken was omdat er nog een bed in de kamer kon staan.
De Raad van State oordeelde dat appellant vrijwillig toestemming had gegeven voor het binnentreden, zoals blijkt uit het proces-verbaal en de ondertekende verklaring, waardoor het bewijs niet onrechtmatig was verkregen. Daarnaast werd geoordeeld dat de onttrekking niet afhangt van het feitelijk aantal bewoners, maar van de geschiktheid van de woonruimte voor bewoning door een huishouden van dezelfde omvang als zonder onttrekking.
De slaapkamer was ingericht met apparatuur en planten voor hennepteelt, waardoor deze niet langer geschikt was voor bewoning. Dit vormde een substantieel deel van de woning (25-30% van de bovenverdieping). Het college had terecht een boete opgelegd binnen het wettelijke maximum, waarbij geen aanleiding was om van het beleid af te wijken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestuurlijke boete van €4.000,- wordt bevestigd.