ECLI:NL:RVS:2018:1638
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs huwelijk en gezinsband
De vreemdeling, met Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op grond van een kerkelijk huwelijk met een referent die een verblijfsvergunning asiel bezit. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de vreemdeling geen bewijs leverde van inschrijving van het huwelijk in het Eritrese burgerlijk register, hetgeen volgens de Vreemdelingencirculaire 2000 vereist is.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de vreemdeling de feitelijke gezinsband niet aannemelijk had gemaakt, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen over woonplaatsen en samenwonen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Zij oordeelt dat een kerkelijke huwelijksakte niet zonder meer als bewijs van een rechtsgeldig huwelijk geldt en dat de staatssecretaris aanvullend onderzoek kan eisen.
De Afdeling wijst het hoger beroep af omdat de vreemdeling onvoldoende heeft onderbouwd waarom de rechtbank en staatssecretaris onjuist hebben gehandeld. De motivering van de rechtbank over de tegenstrijdigheden is voldoende en het gewijzigde beoordelingskader van de staatssecretaris is rechtsgeldig toegepast. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf bevestigd.